NVAS Nieuwsbrief November 2009

Groeten uit Malawi

Floor Mooy studeerde culturele antropologie aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Voor haar doctoraalscriptie over toerisme in de Ashanti regio in Ghana verrichtte zij tussen 2004 en 2005 enkele maanden veldwerk in de stad Kumasi en omgeving. Momenteel werkt zij al bijna twee jaar als docent antropologie aan de Katholieke Universiteit van Malawi. Lees hieronder haar boeiende verhaal.

Antropologiedocent in Malawi: kennis in context
Door Floor Mooy

Van zijn hoogopgeleiden moet een land het hebben, zeker in ontwikkelingslanden zou je kunnen zeggen dat de hoop voor de toekomst op deze groep gevestigd is. Helaas kampen juist deze landen met het verschijnsel ‘brain drain’. Om het aanbod van hoger onderwijs in Malawi te vergroten opende in oktober 2006 de Catholic University of Malawi (CUNIMA) haar deuren vlakbij het plaatsje Nguludi, zo’n 30 km buiten Blantyre (de tweede stad van Malawi). Het bestuur van CUNIMA besloot in samenwerking met antropoloog/archeoloog Menno Welling hier de eerste opleiding antropologie/archeologie van het land te starten . Ikzelf voegde mij begin 2008 bij het toen tweekoppige antropologie departement. Hieronder volgt een impressie van de uitdagingen bij het opzetten van zo’n nieuwe opleiding, gevolgd door de dilemma’s van een Nederlandse antropologiedocent (ondergetekende) op een Malawische Universiteit in het algemeen.

De eerste vraag die belangrijk is bij het opzetten van een nieuwe opleiding is: heeft Malawi hier behoefte aan? CUNIMA denkt van wel, maar is als private instelling afhankelijk van voldoende collegegeld (intake van studenten) om zich staande te houden. De opleiding moet dus vooral aantrekkelijk zijn, wat hier betekent: een goede baan opleveren (het ge ïnvesteerde collegegeld moet zich wel terugbetalen)! Of de studie interessant is, bij iemand past of zelfs aansluit bij bepaalde ideologische overwegingen is van ondergeschikt belang. Daarom is er in ons programma een sterke nadruk op praktische toepassing van kennis. En de meer abstracte theoretische benaderingen van antropologie dienen vooral in de Malawische context gepresenteerd te worden, willen de studenten deze kunnen plaatsen!

Het antropologie departement bestaat op dit moment nog uit in het buitenland opgeleide antropologen/archeologen. De andere docenten van de CUNIMA zijn voor het overgrote deel in Malawi opgeleid. Voor studenten is de keuze voor antropologie dus in meerdere opzichten ‘gewaagd’ (een ongebaand carrièrepad, vernieuwende inhoud en ‘exotische’ docenten). Toch gaat elk jaar tot nu toe een kleine groep pioniers de uitdaging aan. Om deze groep zo goed mogelijk van dienst te kunnen zijn, dient niet alleen inhoud maar ook de manier van doceren aangepast te zijn aan de lokale context. Voor mij is dit een van de vele leuke en interessante aspecten aan de baan (daar ben je immers antropoloog voor!) maar het is zeker niet altijd makkelijk om je eigen standaarden wat betreft onderwijs aan te passen!

Een van de vele dilemma’s betreft de niveauverschillen tussen studenten. Ondanks een minimumscore voor de eindexamens als vereiste voor toelating op CUNIMA, zijn verschillen in capaciteiten en referentiekader enorm (door opgroeien in stad of dorp, public of private onderwijs hebben gehad, etc.). Voor de universiteit geldt hoe meer studenten hoe beter, maar mijn tentamenresultaten lopen vaak zover uiteen dat ik vanuit een westerse norm zou concluderen dat een aantal studenten niet op de universiteit thuis hoort. Voor veel andere vakken liggen de slagingspercentages echter aanzienlijk hoger...Zijn de Malawische docenten beter afgestemd op de studenten of (sommigen) vooral minder kritisch? En in hoeverre passen wij onze norm daarop aan (zodat je de studenten niet teveel afschrikt en ze gemotiveerd blijven voor antropologie)? Wil je iedereen een kans geven (omdat de kansen in dit land oneerlijker verdeeld zijn) of de kwaliteit van je studenten garanderen? Het is interessant hoe onderwijs in een verschillende context verschillende normen en waarden met zich mee brengt!

Dit geldt ook wat betreft gedragsregels. Kan ik studenten kwalijk nemen dat ze te laat komen als er geen stromend water is en ze dus eerst met emmertjes naar de put moeten voordat ze zich kunnen wassen? Of dat ze een opdracht te laat inleveren omdat er geen stroom was om te printen? Ruim op tijd mee beginnen zou je kunnen adviseren, maarja.. toen ik student was liet ik het ook wel eens op het laatste moment aankomen. Bovendien zitten hun dagen vol met lessen (ook ’s avonds en in het weekend als de docenten van ver moeten komen en/of niet op de reguliere tijden kunnen) en is de toegang tot materialen zeer beperkt (richtlijn één kopie van een boek of artikel per tien studenten). Zo zijn er vele barrières die studenten hier moeten nemen op weg naar hun diploma. En de meesten doen hiervoor hard hun best, maar er zitten ook studenten bij die willen lanterfanten en blijkbaar niet de druk van thuis ervaren om te presteren in ruil voor het collegegeld dat voor hen betaald is.

De uitdaging is om ongemotiveerdheid, beperkte capaciteiten en persoonlijke omstandigheden uit elkaar te houden als factoren voor bepaalde prestaties en daar vervolgens een weloverwogen waardeoordeel aan te geven. Ik heb veel respect voor de antropologie pioniers die zelfs wat extra hobbels nemen door hun niet alledaagse studiekeuze. Zij zijn in ieder geval de hoop voor de toekomst van antropologie in Malawi en het belangrijkste is dat zij daar hun eigen invulling aan gaan geven.


1 Op de nationale universiteit (Chancellor College in Zomba) worden wel antropologische vakken aangeboden, niet de volledige studie.