NVAS Nieuwsbrief June 2010

Promoties Februari - Juni 2010

A War of Words. Dutch Pro-Boer Propaganda and the South African War (1899-1902)
Dhr. J.J.V. Kuitenbrouwer
Vrijdag 5 februari 2010
UvA Geschiedenis
Promotor: dhr. prof. dr. N.C.F. van Sas

Samenvatting
De Zuid-Afrikaanse Oorlog (1899–1902), ook wel bekend als de Tweede Boerenoorlog, tussen het Britse Rijk en de twee Boerenrepublieken (Transvaal en Oranje–Vrijstaat) zorgde voor veel beroering in Nederland. Er was sympathie voor de ‘stamverwante’ Boeren, wat tot uiting kwam in een enorme stroom publicaties. Deze propagandacampagne kwam deels voort uit het Nederlandse nationalisme dat op zoek was naar helden om tot voorbeeld te dienen. Maar er was ook een belangrijk internationaal aspect aan de Boerenbeweging in Nederland, dat een informele en culturele vorm van imperialisme was. De propagandacampagne werd namelijk gevoed door een internationaal netwerk waarlangs informatie vanuit Zuid-Afrika Nederland bereikte. Vincent Kuitenbrouwer behandelt de ontwikkeling van dit informatienetwerk dat in de jaren 1880–1890 gestalte kreeg toen er verschillende organisaties werden opgericht in Nederland die de banden met de Boerenrepublieken probeerden te versterken. Toen de oorlog uitbrak in 1899 zetten propagandisten zich in om een alternatief te bieden voor de Britse berichtgeving. Zij destilleerden enkele populaire beelden uit het materiaal dat hen bleef bereiken vanuit Zuid-Afrika. Na de officiële annexatie van de Boerenrepublieken door de Britten in 1902 bleef dit propagandamateriaal relevant omdat het werd ingezet om te voorkomen dat de Nederlandstalige bevolking van Zuid–Afrika zou ‘verengelsen’. Zo galmde de propagandacampagne van 1899–1902 nog lang na.
Bron: UvA Persvoorlichting
persvoorlichting@uva.nl

Aspects of the management of children with cancer in Malawi
Israëls, T.
28 april 2010
UvA
Promotores: Kraker, de J.; Molyneux, E.M.; Reis, R.; Caron, H.N.

Samenvatting
Trijn Israels beschrijft diverse aspecten van de behandeling van kinderen met kanker in Malawi. Ze concludeert onder meer dat chemotherapie voorafgaand aan een operatie bij kinderen met een Wilmstumor (nierkanker) haalbaar en effectief is. Patiënten zijn daarnaast vaak ernstig ondervoed bij diagnose. Dit leidt bij kinderen met Burkittlymfoom tot significant meer bijwerkingen van de (chemo)therapie. Het aanbieden van een eiwit– en calorierijke pasta (‘pindakaas’) blijkt een goede voedingsondersteuning. Beschikbaar stellen van reisgeld, onderdak en eten tijdens de behandeling maakt het ouders mogelijk om de behandeling af te maken. Verbetering van de medische zorg voor kinderen met kanker leidt vaak, door het beschikbaar komen van ondersteuning, tot verbetering van de zorg voor alle kinderen. Behandelingsprotocollen (chemotherapie) zijn in het algemeen minder intensief dan in het westen. Zo wordt de helft van de kinderen met Burkittlymfoom genezen met een relatief korte en goedkope behandeling.
Voor complete pdf bestanden van het proefschrift zie: http://dare.uva.nl/record/339390

The Archaeology of the First Farmer-Herders in Egypt
Noriyuki Shirai
donderdag 29 april
Universiteit Leiden Faculteit: Archeologie
Promotor: prof.dr. J. Bintliff

The Middle Miocene Climate Transition in the Central Mediterranean
Anja Mourik
10 mei 2010
Universiteit Utrecht Faculteit Geowetenschappen
Prof. dr. G..J. van der Zwaan
Co–promoteres: Dr. F.J. Hilgen en Dr. T.J. Kouwenhoven

Samenvatting
De klimaatverandering tijdens het Midden Mioceen (15 tot 13,7 miljoen jaar geleden) ging gepaard met het begin van de verdroging van Noord-Afrika en de afzetting van sapropelen (lagen met veel organisch materiaal) in de Middellandse Zee. Dat blijkt uit onderzoek van Anja Mourik. De exacte datering en duur van de belangrijkste fase in deze klimaatverandering is door het onderzoek van Mourik onder discussie komen te staan en zal in de toekomst nauwkeuriger bepaald moeten worden.
De Midden–Mioceen–klimaattransitie markeerde het einde van de warmste periode van het Neogeen. Een sterke groei van de Oostelijke Antarctische ijskap zorgde wereldwijd voor klimaatveranderingen. In de Middellandse Zee werden na de klimaattransitie de eerste duidelijke sapropelen afgezet en er zijn aanwijzingen te vinden voor toenemende droogte in noordelijk Afrika destijds. Mourik onderzocht zeebodemafzettingen van de Maltese en Adriatische kust om meer te weten te komen over de gevolgen van de klimaattransitie voor het Middellandse Zeegebied. Een toename van dieper in de bodem levende foraminiferen (dierachtige eencelligen met een kalkskelet) toont aan dat er een hogere flux van organisch materiaal op de bodem terechtkwam, terwijl het zuurstofgehalte afnam. Op basis van de geochemische samenstelling van de afzettingen concludeert Mourik dat de aanvoer van eolisch stof, waarschijnlijk uit noordelijk Afrika, tijdens en na de klimaattransitie toenam. Daarbij vond er een sterke afwisseling tussen relatief natte en droge periodes plaats die gerelateerd kan worden aan het Afrikaanse moessonsysteem.

A grammar of Sheko
Anne Christie Hellenthal
dinsdag 15 juni 16.15 uur
Universiteit Leiden Faculteit Geesteswetenschappen
Promotor: prof.dr. M.P.G.M Mous

Samenvatting
Dit proefschrift beschrijft de grammatica van het Sheko, een Omotische taal met ongeveer 37.500 sprekers in het Zuidwesten van Ethiopië. De studie bestaat uit een analyse van het klank– en tonale systeem, de morfologie (vormleer) en de zinsbouw, met tal van voorbeeldzinnen. De bijlagen bevatten enkele teksten en een uitgebreide woordenlijst. Het onderzoek werd uitgevoerd in het NWO–programma voor bedreigde talen binnen een project dat onderzoek doet naar de afwijkende manieren waarop Omotische talen verschil maken tussen stellende en vragende zinnen, geleid door prof. M. Mous en dr. Azeb Amha. De beschrijving van het Sheko draagt niet alleen bij aan onze kennis van een relatief onbekende taalfamilie, maar laat ook zien dat juist kleinere, veelal bedreigde talen de dragers zijn van taalkundige diversiteit.
Enkele interessante onderdelen van het Sheko (zie ook de lange samenvatting): het onderlinge verband tussen de markering van geslacht, getal en bepaaldheid de markering van stance, d.w.z. markering van distantie van de spreker ten opzichte van zijn uitspraak, naast markering van aspect en modaliteit verschillende constructies met afhankelijke werkwoordsvormen, waaronder zowel mediale als seriële werkwoorden verwijzende voornaamwoorden vóór hun antecedent het vormen van vraagzinnen door het weglaten van een markeerder voor modaliteit, die verplicht is in stellende zinnen een flexibel onderwerpscliticum corresponderend met focus en informatiestructuur

Believers in the universal church. Processes of self-identification among Catholic immigrants of African descent in the Dutch religious landscape (Promotie)
mevrouw drs. N. van der Meer
dinsdag 29 juni 2010 13:30 uur
Locatie Academiezaal Aula, Comeniuslaan 2
Radbout Universiteit Nijmegen Faculteit der Religiewetenschappen
Promotors De heer prof. dr. F.J.S. Wijsen
Copromotors Mevrouw dr. M. Steggerda